Geschiedenis van de Kermis

Een kermis (of foor) is een verzameling rondtrekkende attracties en kramen in de openlucht ter vermaak van het volk.

De kermis wordt gedurende enkele dagen of een week gevierd; het is een commercieel evenement geworden. Vroeger was de kermis vaak een van de weinige uitgaansmogelijkheden. De Tilburgse Kermis is uitgegroeid tot de grootste kermis van de Benelux.

Van oorsprong is een kermis een jaarmarkt ter gelegenheid van de wijdingsdag of een andere feestdag van de parochiekerk van een plaats. Het woord kermis is dan ook een verbastering van kerkmis of kerke-misse. Op die dag stroomde het volk samen om de patroonheilige te vereren en om zich te vermaken. In stedelijke gebieden verloor de kermis vaak zijn band met het religieuze feest dat eraan ten grondslag lag, maar in dorpen gaan beide soms nog hand in hand en gaat er op de wijdingsdag een processie uit.

In Nederland zijn de oudste kermissen gehouden in Wijk bij Duurstede en vermoedelijk enige tijd later in Utrecht. De eerste vermelding van een kermis aldaar dateert van 26 juni 1023, de dag dat de Sint Maartenskerk werd gewijd. In plaatsen met een oude kermistraditie vinden er rond het kermisgebeuren ook andere evenementen plaats, zoals in Huissen op de donderdag voorafgaand aan kermis het vleiskeuren. De lokale slagers geven dan gelegenheid tot het proeven van vlees. Van oorsprong was het vleiskeuren ook gericht op het ontmoeten van jongens en meisjes, die daarna gezamenlijk kermis gingen vieren.

Tot begin 1900 kwamen kermisexploitanten meestal niet verder dan hun eigen provincie. De wegen waren te slecht om lange reizen te kunnen maken. Veel attracties werden met paard en wagen vervoerd. De grotere attracties gingen vaak per schip, er moest dan nog op karren worden overgeladen om het kermisterrein te bereiken.

Een kermisexploitant of kermisreiziger, door burgers ook wel spullenbaas genoemd, heet in Vlaanderen foorkramer of voyageur. In het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten heet hij een showman. Exploitanten leefden vaak in de attractie of de pakwagen. Rond 1900 kwam de woonwagen meer algemeen in gebruik. Een gezin van soms meer dan tien personen had dan een wagen van zes of zeven meter lang om in te wonen en te slapen. Niet alle exploitanten hadden een vast woonhuis maar woonden ook 's winters in hun woonwagen.

De kermisbranche is een hechte gemeenschap van vrije ondernemers, de kermisexploitanten. Vaak zijn dat families die al generaties lang op de kermis staan. Kinderen van kermisexploitanten trouwen van oudsher met elkaar. Deze bruiloften waren, en zijn anno 2016 nog steeds, grote feesten die massaal worden bezocht. Een gemiddelde bruiloft telt zo'n 500 genodigden. Op deze bijeenkomsten ontstaan nieuwe relaties en worden zaken gedaan.

Tot na de Tweede Wereldoorlog waren er in Nederland geen speciale voorzieningen voor onderwijs aan kermiskinderen. Sommigen gingen net als de schipperskinderen naar een internaat, of bleven als hun ouders vertrokken achter in hun woonplaats, bij familie of "in de kost" bij kennissen. Voor secundair onderwijs waren dit de enige mogelijkheden. Anderen, die meegingen "op reis", waren 's zomers aangewezen op evt. onderwijs door hun ouders, of stapten in elke plaats waar zij kwamen naar een plaatselijke school met het verzoek daar enkele dagen de lessen te mogen volgen.

In 1955 werd de Rijdende school opgericht. Aanvankelijk met slechts één wagen, die uiteraard maar op één kermis tegelijk kon staan, waardoor het geboden onderwijs een incidenteel karakter had. Door het groter aantal schoolwagens (2010: 14) en de mogelijkheden van "onderwijs op afstand" kan de Rijdende School nu continuïteit bieden.

Ook in België is in 2006 een soortgelijke school opgericht, onder de naam "De Carroussel". Hierbij is het Nederlandse model als voorbeeld genomen. Het Belgische initiatief heeft op zijn beurt de aandacht getrokken in Luxemburg, waar men nu soortgelijke plannen heeft.


Volgende


© 2019 Kermisfreak.nl
Alle rechten voorbehouden !